
Trataka of Drishti: wat is nou eigenlijk het verschil?
Waarom yogi's naar één punt kijken en toch iets anders oefenen
Er staat een kaars op tafel. Je gaat er goed voor zitten, wervelkolom lang, en je kijkt naar het vlammetje. De eerste tellen voelt het bijna plechtig. Dan, ergens na een halve minuut, beginnen je oogleden te onderhandelen over betere arbeidsvoorwaarden. En je gedachten zijn allang vertrokken: naar de boodschappen, naar een gesprek van gisteren, en naar de vraag of je die ene stekker thuis nou wel uit het stopcontact hebt gehaald.
Welkom bij gerichte aandacht. Zo simpel als het eruitziet, zo eigenwijs is het hoofd dat erbij hoort.
In yoga kom je twee woorden tegen die vaak op één hoop belanden: Trataka en Drishti. Logisch, want bij allebei kijk je naar één punt. Toch zijn het geen twee namen voor hetzelfde potje spiritueel staren.
Waarom ze door elkaar lopen
Van een afstandje zien ze er bijna identiek uit. Iemand die met een zachte, bijna verliefde blik naar een kaars kijkt, en iemand die in een yogahouding strak naar het puntje van zijn neus tuurt: allebei lijken ze een principiële discussie te voeren met een voorwerp dat nergens om heeft gevraagd. Het verschil zit niet in wie het langst kan staren zonder te knipperen. Het zit in wát je oefent, en op welk moment je het doet.
Trataka: de kaars is de hele afspraak
Trataka is een meditatievorm. Je gaat zitten, je kiest een punt buiten jezelf, meestal een kaarsvlam, en dat vlammetje is het hele programma. Je doet verder niks. Geen houding, geen beweging, alleen jij en dat lichtpuntje. In het lesmateriaal staat het als een visuele manier van mediteren: waar de een zich op de adem richt of op een geluid, richt jij je op wat je ziet.
Het idee is dat je drukke hoofd één ankerpunt krijgt om steeds naar terug te keren. Dwaalt de aandacht af, en dat gebeurt gegarandeerd, dan breng je haar vriendelijk terug naar de vlam. Zonder jezelf op je kop te geven. Afdwalen en dat opmerken hoort er gewoon bij. Het opmerken is zelfs het halve werk.
Drishti: het punt dat de houding overeind houdt
Drishti werkt anders, want die hoort thuis in de asana, de yogahouding zelf. Drishti betekent concentratiepunt: een specifieke plek waar je gefocust maar met een zachte blik naartoe kijkt terwijl je in een houding staat of balanceert. De ogen blijven open en ontspannen. Je staart geen kaars leeg. Je legt je blik rustig op één vast punt, zodat je aandacht niet elke drie tellen de zaal in schiet om te controleren of iemand op de buurmat inmiddels wél moeiteloos in balans staat.
Er zijn negen van die punten, en ze klinken een stuk aardser dan je zou verwachten: het puntje van de neus, de plek tussen de wenkbrauwen, de navel, de hand, de tenen, de duimen, ver naar links, ver naar rechts, of omhoog naar de lucht. Welk punt je gebruikt, hangt af van de houding. Kijk je in een staande balans naar één rustig punt, dan voel je meteen wat er gebeurt zodra je die blik loslaat: je begint te wiebelen. De blik doet stiekem het werk. Behalve dat drishti je aandacht naar binnen keert, helpt het namelijk ook om je lijf netjes op zijn plek te houden.
Wat je bij elk van de twee oefent
Onder de motorkap doen Trataka en Drishti familiewerk. Allebei geven ze je afdwalende aandacht iets om zich aan vast te houden. Het achtvoudige yogapad noemt dat concentratie, het fixeren van je aandacht op één ding, samen met het naar binnen keren van de zintuigen. Maar je oefent ze op een ander moment, en met een ander doel.
Bij Trataka is het staren het doel. Je zit stil, de kaars is je werk, en je traint je vermogen om bij één punt te blijven terwijl je verder helemaal niets doet.
Bij Drishti is het staren het gereedschap. Je bent bezig met een houding, en het blikpunt is de stille kracht die maakt dat die houding niet uit elkaar valt zodra je buurman zucht of de deur opengaat.
Dus de volgende keer dat je een yogi ziet turen naar een duim, een neuspunt of een kaarsvlam: het is geen wedstrijd staren, en het is ook niet twee keer precies hetzelfde. De een is op date met een vlammetje en oefent puur het blijven. De ander gebruikt een vast punt om overeind te blijven in wat het lijf op dat moment aan het doen is. Zelfde ogen, ander moment.
Neem mee wat resoneert. Laat los wat schuurt. En blijf vooral ademen.
Sandy