
Yoga op tournee: Eva en de man die yoga weer hip maakte
Vorige week heb ik met 2 benen als stokken alsnog mijn zesje geschiedenis gehaald. Vandaag gaat het verhaal verder, al zijn de stroopwafels inmiddels op.
We springen naar eind 1800. Dan wordt Krishnamacharya geboren, de man die ook wel de vader van de moderne yoga wordt genoemd. Hij leert yoga van zijn eigen vader. Zo ging dat toen ook: van vader op zoon, of van guru op leerling, en altijd één op één. Een groepsles met matjes naast elkaar en iemand die nét iets te hard uitademt, bestond nog niet.
Rond 1930 woont hij in Mysore, in India. De maharaja van Mysore kwakkelt met zijn gezondheid en vraagt Krishnamacharya om hem les te geven in het paleis. Dat bevalt de maharaja zo goed dat hij er meteen nog een vraag achteraan stelt: of Krishnamacharya yoga weer nieuw leven wil inblazen. Yoga was in die tijd namelijk helemaal niet hip, het was meer iets voor de armere mensen. Wie geld had, deed liever iets uit het westen, zoals bodybuilding of de gymnastiek van de Zweedse gymnasten die naar India waren gekomen. Wat uit het westen kwam, was te gek.
Bij Zweedse gymnastiek zie ik meteen de bok uit mijn oude gymzaal voor me, en mijn knieën die daar nooit overheen wilden. Gelukkig dacht Krishnamacharya groter. Met hulp van de maharaja opent hij een shala, een yogastudio dus, en hij laat zich inspireren door al die westerse trucjes. Met een clubje heel lenige, sterke Indiërs ontstaan nieuwe houdingen die er spectaculair uitzien. Daarmee trekt hij als een soort yogashow door de regio, een boyband op tournee in kleermakerszit. En het werkt: de mensen willen weer yoga doen.
Alleen zijn het allemaal mannen. Vrouwen en yoga, dat was not done. Tot er een Russische oud-balletdanseres opduikt die al een tijd in India woont en helemaal gegrepen is door yoga. Zij smeekt Krishnamacharya tijdenlang om les. Na een hele tijd zegt hij ja en wordt zij zijn allereerste vrouwelijke leerling. Ze heette Eugenie en kreeg een Sanskriet naam: Indra Devi. Later reist ze de wereld over en maakt ze de Hatha yoga groot in het westen. Ik vind het al een hele onderneming om mezelf op zondagmiddag de mat op te praten, terwijl zij een complete traditie heeft omgepraat.
Dan zijn er nog 2 leerlingen die je echt moet kennen. B.K.S. Iyengar, nota bene zijn zwager, wilde yoga voor iedereen toegankelijk maken, met heel veel technische precisie. Aan hem hebben we de props te danken: blokken, bolsters, riemen, stoelen en bankjes. Schuif jij ook weleens een blok onder je hand omdat de vloer verder weg ligt dan beloofd? Dan mag je meneer Iyengar dus even bedanken. Ik doe dat inmiddels elke les.
En dan Pattabhi Jois, de vader van de Ashtanga yoga. Hij reeg de houdingen als een parelketting aan elkaar, in een vaste serie die je 6 dagen per week doet, iedere keer anderhalf tot 2 uur lang. Daar hebben wij westerlingen eerlijk gezegd het geduld niet voor. Dus halen we er wat houdingen uit, husselen we de volgorde een beetje en noemen we het power yoga of vinyasa flow. Vinyasa betekent verbinding, heb ik geleerd. Ik voel me wel een beetje betrapt, want juist die afwisseling vind ik heerlijk.
In diezelfde tijd ontstaat ook de klassikale les. De yoga die jij en ik op de mat doen is dus eigenlijk pas zo'n 100 jaar oud, terwijl het fundament, de sutra's van Patanjali, duizenden jaren teruggaat. Zonder Krishnamacharya was yoga nooit zo groot geworden. En zonder Indra Devi was het misschien nog heel lang een mannenzaak gebleven.
Volgende week ga ik ademen. Dat doe ik al mijn hele leven, dus hoe moeilijk kan het zijn?
NamastEva
-xoxo-
